maandag 10 februari 2014

Dag 7

Na een nacht vol regen brak een zonnige vrijdagmorgen aan, het begin van wat onze laatste volledige dag in Londen zou zijn. Darwin hadden we al onder de loep genomen in het Natural History Museum, maar nu konden we zijn survival of the fittest ook in de praktijk aan het werk zien: de benen van Seppe en Jens waren doodop en zagen af van een laatste tocht door Londen. We hadden hen echter even goed kunnen meenemen, want onze eerste stop was Highgate Cemetary. Deze overwoekerde begraafplaats bevatte niet alleen de thematiek van de doorsnee 19de eeuwse romantische dichter, maar ook het graf van wijlen Karl Marx. De, hoe kon het ook anders, rode bloemen bij zijn imposante grafzerk verraadden dat deze nog steeds een bedevaartsoord vormt voor menig amateur-communist.
We slaagden erin ons recht te houden op de modderpaadjes en na het verzamelen van Instagrammunitie voor de komende 3 jaar trokken we metrostation Archway in, maar niet zonder eerst langs een bakker te passeren. Aaron bestelde aldaar de Belgian Bun, een gebak dat wij thuis werkelijk nog nooit gezien hadden.




Daarna ging het naar Elephant & Castle, een station dat zijn naam leek gestolen te hebben tot we buiten een standbeeld zagen van een olifant met, jawel, een kasteel op zijn rug. Ons doel was het Imperial War Museum. Onderweg hiernaartoe zagen we een grijze eekhoorn ternauwernood de wielen van een bestelwagen ontwijken, ontweken we zelf de hordes hipsters op de campus van de University of Arts, maar konden we dat niet doen met het bordje 'Closed till July 2014' dat over de eerste richtingsaanwijzer naar het museum was gedrapeerd. Samen met nog een aantal andere teleurgestelde (weliswaar 6-jarige) bezoekers keerden we op onze passen terug en besloten om ons toe te spitsen op één tak van de oorlogsvoering: de luchtvaart.



Het Royal Air Force-museum bestond uit een kwartet gigantische hangars met daarin nog gigantischere vliegtuigen, wat ons deed afvragen wie van de twee er het eerst was neergezet. We pauzeerden even tussen de helikopters en na een kleine en een grote espresso voor Stan en de obligate dagelijkse brownie voor Aaron deden we nog de museumshop aan, waar we geconfronteerd werden met een muur aan nostalgie - lees: modelbouwdozen. Sam en Stan konden niet weerstaan en trokken onder luid doch jaloers gelach van Aaron naar de kassa met een Messerschmidt 262, Duitse infanterie en een Spitfire.



De openbaring van de punten op Minerva dreigde nog even roet in het eten (worst, rode kool en spaghetti voor de geïnteresseerde lezer) te gooien, maar dit werd al snel vergeten na het voltooien van onze Stellaconstructie. Vergeet de piramides van Cheops, onthoud de piramide van Finchley.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten